
The Zangles, een charme-offensief
Performance en merchandise voor 75 jaar Middelheimmuseum
Voor de 75ste verjaardag van het Middelheimmuseum ontwikkelden The Zangles een bijzondere constellatie van performances en merchandise. In een onnavolgbare mix van ironie, milde institutionele spot en empowerment kregen negen moderne sculpturen uit de Middelheimcollectie een krachtig support system. In gesprek met directeur Sara Weyns vertellen The Zangles over de kracht van samenzang en vragen zich af hoe merchandising een betekenisvolle kunstvorm kan zijn.
Vrouwelijk collectief
The Zangles is een internationaal en divers gezelschap van vrouwelijke kunstenaars, theatermakers en muzikanten uit Antwerpen: Mia Prce, Johanna Trudzinski, Michèle Matyn, Tina Schott, Eva Van Deuren, Jóhanna Kristbjörg Sigurðardóttir, Jessie Schietecatte, Valentine Kempynck en Liesbet Swings. Negen vrouwen met grote ideeën en kleine stemmen. Samen maken ze shows: telkens een eclectische mix van shape note singing, karaoke, video-shreds en rap.
Sara: Hoe omschrijven jullie jullie artistieke praktijk?
— We zijn een collectief van negen vrouwen met elk een eigen artistieke achtergrond, en een gedeeld verlangen om samen te zingen. Niet te belerend, vooral heel los. Zodat mensen die niet kunnen zingen, zich veilig en vrij voelen om zo luid te zingen als ze willen. Plots was er ook die naam The Zangles, en die werd de aanleiding om periodiek samen te komen. Vanaf dan zijn we echt begonnen.
— In ex-Joegoslavië, waar ik vandaan kom, werd op familiefeesten altijd gezongen. In Vlaanderen is het anders: zingen zit niet in onze cultuur. Hier zijn mensen vaak gereserveerder. Ik sprak erover met Liesbet dat ik dat wel mis. Liesbet speelde ook al langer met het idee om op een ongedwongen manier samen te zingen. Ze nam het initiatief en stuurde enkele mensen een uitnodiging om mee te doen.
— Eva en ik zongen vroeger al samen in een band. Dat is iets dat je mist als je het niet meer doet. Het was leuk om dit na al die jaren opnieuw op te nemen.




Een eigen stem
The Zangles is niet te vergelijken met een koor, waar gekozen wordt uit een bepaald repertoire of genre. En ook niet met een band, waarin geheel eigen nummers worden gecomponeerd. Hoe kiezen of maken jullie wat er gezongen wordt?
— Elk van ons kan een lied binnenbrengen. Uiteindelijk is wat we auditief produceren bijna een bijzaak. Wát we met onze stem doen en hoe we ermee omgaan, onze intentie, dat is belangrijker dan het resultaat zelf. Hoe het exact klinkt is niet zo voorspelbaar.
— We hebben een digitale tanpura, een soort Indisch radiootje dat één of meerdere tonen uitzendt, waarop we makkelijk improviseren. We zoeken daarbij naar ons eigen stemgeluid én hoe we dat bijeenbrengen om samen een lied te brengen.
— We zijn het niet zo snel met elkaar eens zijn over wat we gaan zingen. Als er iemand iets voorstelt, proberen we het uit, maar na één keer voel je soms al dat niemand echt zin heeft om dat te zingen.
— Tegelijk is het relatief eenvoudig: je hoeft niets mee te brengen, alleen jezelf. Met negen samen zingen, geeft een krachtig gevoel. Er is ook het sociale aspect. Het zingen is een alibi om samen te komen, te lachen en te tateren.
Wie of wat lokte jullie het podium op?
— Vrij snel hoorde Dennis Tyfus over ons collectief. Hij hoort graag volledig nieuwe dingen. Soms valt dat mee en soms valt dat tegen. Hij nodigde ons uit om op te treden in De Nor (een performatieve kunstinstallatie in het Middelheimmuseum waar de kunstenaar in de zomer muzikale performers uitnodigt, n.v.d.r.). Die eerste keer viel meteen goed mee.
— Wat later nodigde Bent Van Looy ons uit voor een volwaardige zaalshow van 25 minuten voor het Exposed Music Festival. Dat was wat stressen en voortdurend timen of we daar wel aan geraakten met ons bescheiden repertoire.


Show
Hoe komen The Zangles tot een show? Hoe ziet jullie creatief proces er uit?
— We hebben de stemopwarming, die meestal achter de schermen gebeurt, als deel van de show gemaakt.
— En ook het soundchecken zelf… Echt elk geluid kan de aanleiding zijn om er iets performatiefs van te maken. We verheffen de soundcheck en de stemopwarming tot een autonoom showonderdeel, deel van de show en niet eraan vooraf. Al die onderdelen die ‘marginaal’ zijn, worden opgetild. En alles kan materiaal zijn. Zelfs onze whatsapp-feed: een kilometerslange conversatie die eigenlijk gaat om: om hoe laat spreken we waar af?
— We experimenteren ook met de relatie tussen video en audio. Ik weet nog dat we aan het lachen waren met shreds (een bestaande muziekvideo wordt gestript van de oorspronkelijke muziek en krijgt een nieuwe geluidsband), nog voor we ideeën hadden. Dat was puur iets dat we zelf interessant vonden. We hebben dan muziekvideo’s nagespeeld met de bedoeling om die in onze show te integreren.
Iets anders dat we gebruikt hebben, is het zingspreken: eigenlijk net het omgekeerde van een shred. We hadden een video met dialogen van onszelf gemaakt. Die dialogen gingen we live op het podium zingspreken. Liesbet dirigeerde.
— Het is eigenlijk de combinatie van video, live performance en al die dingen.
— We schrijven samen teksten op de nummers die we gebruiken. Ook onze meest fameuze Merchandise-Song is op een heel krachtig nummer geschreven. Als tegengewicht voor de sterke emoties in het nummer — want humor is belangrijk — hebben we daar een tekst over merchandising opgeknald.
Jullie traden op in onder meer de Beursschouwburg, Campo, Extra City, voor WIELS in het Casino van Knokke, in het MUHKA … In wat voor context worden jullie uitgenodigd?
— In de Beursschouwburg was het echt een concertavond. In De Studio meer een festival. Altijd wel in een artistieke context… een performancefestival in WIELS in het casino van Knokke, een queer festival in Extra City …
— Maar zelfs op artistieke festivals blijven we vooral de uitzondering op de affiche. Misschien wel omdat het minder serieus is dan andere performances. We hebben plezier, en dat plezier straalt echt af op het publiek. Op Indiscipline, het performancefestival van WIELS waren wij de minst ernstige act. Dat werkt ontwapenend.
Sommigen van jullie hebben een eigen artistieke praktijk met muziek. Hoe verhoudt zich dat tot het collectief? En hoe is dat voor wie niet met muziek bezig was?
— In mijn eigen artistieke praktijk ben ik alleen en breng ik instrumentale muziek. Dat staat lijnrecht tegenover samen zingen met The Zangles. Het voelt ook helemaal anders. Speel ik alleen, doe ik het misschien meer geconcentreerd. Maar als we met zijn negen een show hebben, wordt het een soort van plezierreisje. Dat is echt veel meer fun.
— Sommigen van ons zijn bezig met beeld, anderen met muziek. Beide disciplines komen wel ergens samen in onze performances. Het helpt dat we allemaal makers zijn. Maar het is zeker niet noodzakelijk dat elk haar eigen praktijk daarin binnenbrengt. Het is meer een kruispunt.
— Ik werk eigenlijk altijd achter de schermen, mijn zangers zijn voor mij de enige manier om op een podium te staan. Hier sta ik zelf mee in de spots. Dat is voor mij interessant om de spelers van een theaterproductie beter te begrijpen.




Merchandise
Voor onze 75ste verjaardag wilden we met het Middelheimmuseum kijken of we iets bijzonders konden doen voor de shop. Wij kijken met interesse, maar ook wat op gespannen voet, naar museum-merchandise. Je kan het zien als een manier om kunst op een laagdrempelige manier ‘verzamelbaar’ te maken. Maar ook als een commercialisering van het artistieke. Met die ambiguïteit kwamen we bij jullie terecht. Wat is jullie relatie met merchandising?
— Onze eerste show werd omschreven als: ‘Wordt het een musical, wordt het een tombola, dat weet niemand! Een ding is zo goed als zeker: het wordt much fuzz about nothing!’ Voor onze allereerste show hadden we — hoewel niemand ons kende — kilo’s merchandising mee: t-shirts, sweaters en bandana’s. Dat spelen met merchandise, zat er meteen in.
— Het laatste nummer, het bisnummer, werd de Merchandise Song.
Het is inderdaad een bijzonder nummer. Ik heb het na jullie performance nog wéken in mijn hoofd gehad.
— Het was een soort charme-offensief.
— Het was inderdaad een nummer dat we verdacht snel en goed a capella konden zingen. En we zongen en zingen het vooral ook echt graag. Je kan de emotie meteen oproepen. De Merchandising Song werd direct ons anthem.
Wij stelden jullie de vraag om iets te doen voor onze museumshop. Dus niet voor jullie zelf, maar voor het Middelheimmuseum. Hoe was dat?
— Ik legde die vraag voor aan Johanna en Mia en zij zeiden meteen: doen! We hebben een beeldende achtergrond, dus voelden we direct veel mogelijkheden.
— We voelden ook de noodzaak om er een performance aan te koppelen, ook al was dat niet de vraag. Het moest voor ons meer zijn dan gewoon een product maken en afleveren. Het begint pas te leven als je er van alles in steekt: kunstwerken uit de collectie, onze liedjes, de verhalen errond, Aubette (de kleine ronde kiosk aan de Middelheimlaan, n.v.d.r.) ... Dan pas krijgt die merchandising ook betekenis.
— In het begin was het even zoeken. Maar toen we bij de Aubette terechtkwamen, opende dat nieuwe pistes. Aubette was vroeger een snoephuisje, wij verkochten er nu ook iets snoepachtigs. We wilden een soort Tourist Trap maken, met een overdaad aan merch. Dat klopte op die plek.
Jullie maakten van alles: charms, sjaaltjes, petten, T-shirts, sleutelhangers, zonnenbrillen, tafellakens zelf… Het is een spel met wat je vindt in toeristenwinkels. En zoals daar vaak een stad wordt ‘verkocht’, vonden jullie inspiratie in de Middelheimcollectie?
— We zijn gewoon met ons negen hier in het park komen rondwandelen en naar de beelden komen kijken.
— Onze charms (kleine zilveren bedels) passen in het idee van de tourist traps: de typische bakken vol juweeltjes, oorbellen en armbanden die je in souvenirwinkeltjes ziet. Maar wij maakten niet zomaar goedkope miniatuurtjes van enkele beelden in het park. We staken er ook iets heel persoonlijks in.
— Eerst selecteerden we enkele iconische kunstwerken in het park: die waarin we onszelf herkenden.
— Het eerste beeld dat we zo vonden, was ‘Michèle’: La Méditerranée van Aristide Maillol. Een liggende naakte vrouw, met krullend haar. Daarna wandelden we verder rond door het kunstpark, en selecteerden voor elk van ons een beeld dat we persoonlijk konden representeren.
— Er waren ook praktische overwegingen. We kozen rechtenvrije beelden zodat we daarmee vrijuit aan de slag konden. En Eva is het ‘Zotte Geweld’ want zij is heel atletisch en kon lang in die houding blijven staan.
— Dan namen we dezelfde pose als het beeld aan, daarvan maakten we een 3D-scan, die verwerkten we tot een mal in miniatuur, en daarin smolten we zilver tot juweeltjes. Daarom trouwens ook de vreemde ring die we tijdens de performance droegen op ons hoofd: dat is het oogje van de uiteindelijke bedel.
— De bedeltjes zijn dus geen verkleinde afbeeldingen van de kunstwerken in het park, maar van onszelf, die de beelden representeren. We zijn zélf de charms. Op die manier hebben we geprobeerd om negen iconische kunstwerken — voor elk van ons één — op te laden met een nieuwe betekenis. We bezongen de kunstwerken tijdens onze live performance, in een nummer gebaseerd op een folk traditional, en gaven ze onze eigen naam.


Naakte vrouwen en mannenpakken
Jullie bieden zo een nieuwe manier om naar de museumcollectie te kijken: een vrouwelijk collectief nam het op voor de beelden van blote meisjes in het kunstpark.
— We wilden iets doen rond die naaktheid. Zo speelden we eerst met het idee om negen beelden uit het park aan te kleden met onze merchandising. Maar dat strookt niet met de visie van het museum. Dus kregen we een ander idee, om elk van deze werken persoonlijk te vertegenwoordigen tijdens onze performance.
— Dat creëerde ook echt een mooi emotioneel moment. Jóhanna die iedereen voorstelde: ‘Valentine represents …, Johanna represents …’
— Er zit ook een extra kwinkslag in. Tijdens de show roepen we, als echte verkopers, het publiek op: verzamel ze allemaal! We schuiven ons als The Zangles dus zelf naar voren als verzamelbare merchandising. Dat geeft een scherp randje bij het platte commerciële van deze slogan. In elk lied betrekken we ook onszelf. Zo gaat het verhaal van ‘La Lupa’ niet alleen over het terracotta beeld maar ook een beetje over Valentine zelf. Stiekem zetten we onszelf dus mee op de voorgrond.
Een opvallend aspect van jullie show, en van de bedels, zijn de mannenpakken. Anders dan de naakte beelden die jullie representeren, zijn jullie wel deftig gekleed.
— Die grijze pakken zijn er op een gegeven moment gekomen. In een vorige show maakten we een soort kopie van de muziekvideo ‘A Jealous Guy’ van Bryan Ferry, waarin hij voortdurend in beeld kwam in grijs pak met een roze plastron.
— Tijdens onze shows deden we alsof we businessmen waren op een bedrijfsuitje: echte handelsvertegenwoordigers, met zo’n typische klasseermap erbij. Daarin zaten dan onze songteksten.
— Het doet iets om als vrouw in mannenpak op het podium te staan, dat geeft een soort van powergevoel. Dus zó voelt het, met een harnas aan – wat zo’n maatpak toch eigenlijk is. Het idee om die vrouwen te representeren in maatpakken, is de joke die volgde uit dat gevoel. Dames staan hier allemaal naakt in het park, terwijl mannen doorheen de geschiedenis grotendeels in kleding verschijnen. Denk maar aan Déjeuner sur l’herbe. Het voelde goed dat wij als vrouwen eens de broek aantrokken om de vrouwen gekleed te representeren


Aubette als thuisbasis
Heeft het zingen ook iets met vrouwelijkheid te maken?
— Nee, maar we zouden er toch geen mannelijke Zangle bij willen.
Hoe was het om dit specifiek te doen in het Middelheimmuseum?
— De context is heel fijn. Het kunstpark is heel open, heel vrij.
— Ook leuk om Aubette te hebben als thuisbasis die echt van ons was, om daar iets mee te doen. Dat alleen al is heel tof.
— Buiten voel je meer vrijheid. Het is iets helemaal anders dan een klassieke podiumsituatie, dat maakt het erg leuk.
— Intussen zijn er al veel nieuwe ideeën naar boven gekomen. Om bijvoorbeeld veel langer in residentie te blijven in Aubette, of het voorprogramma te verzorgen van de avonden in De Nor.
— De link met de Nor is belangrijk voor ons. Dat is een magische plek. En daartegenover heb je dan dat kleine snoephuisje waar we ons neonbord hangen, als een dialoog, als nabuurschap.
Jullie hebben zo genereus geantwoord op onze uitnodiging. We zijn jullie heel erg dankbaar.
Sara Weyns in gesprek met The Zangles
18 december 2025, Middelheimmuseum

